Kerst. Zo sfeervol in boeken, reclames en films… Voor mij voelt het anders. Vanaf eind november kruipt het gevoel van ‘mijn vroeger’ mijn lijf binnen: gespannen, koud, onrustig. Mijn gedachten dwalen steeds vaker terug…
Spanning, regels en verwarring
Feestjes waren ingewikkeld. Het liefst voelde ik me blij, liet ik trots mijn mooie kleren zien en kletste ik met iedereen. Thuis was dat niet zo eenvoudig; al snel leerde ik dat het niet zomaar mocht. Er waren ‘regels’ waar ik me aan moest houden. Soms kende ik ze, vaak niet en meestal veranderden ze zomaar.
Mijn moeder bepaalde wie ik wel en niet aardig mocht vinden. In de aanloop naar de feestdagen vlogen haar nare opmerkingen over familieleden door het huis. Soms legde ze uit waarom ik iemand niet aardig mocht vinden; vaak met redenen die ik niet begreep. Ook wees ze aan bij wie ik uit de buurt moest blijven, terwijl ik juist vriendelijk moest doen.
En dat was verwarrend; vooral wanneer juist zij mij de mooiste cadeautjes, lieve complimenten of knuffels gaven. Ik zie mezelf nog zitten naast mijn moeder op de bank met een beker warme chocolademelk, kijkend naar de kerstboom. Om ons heen lachten mensen hard. ‘Daar heb je … Waag het niet om…,’ fluisterde ze. Van binnen kromp ik in elkaar.
Op de ’moments suprêmes’ kon mijn moeder heel lief doen, leek alles goed. Maar zodra er niemand meer in de buurt was, veranderde ze. Vooral als ze had gezien dat ik te aardig had gekletst of te enthousiast had gedaan. Dan volgden andere ‘kerstcadeautjes’: nare woorden of pijn.
Tafelschikking
Naarmate ik ouder werd, werden de kerstdagen ‘chiquer’: uitgebreide diners, extreme stress, alles moest perfect. Mijn zorgen lagen bij het gezelschap. Naast de ‘gewone lastige mensen’ zaten er ook daders van mij aan tafel. Mijn ouders wisten dat, zij het niet van allemaal. Ik was doodsbang dat ik naast één van hen terecht zou komen. Zodra ik binnenkwam, telde ik mensen en stoelen; het zweet brak me uit bij het kiezen van de meest strategische plek.

Toen een tante na de eerste gang riep dat ze zin had in een stoelendans, schreeuwde en huilde ik van binnen. Tranen bestonden niet; alleen mijn blik op het flikkerende kaarslicht in het tafelzilver. Mijn hoofd werkte niet meer. Ik stond op en belandde precies naast hem. De rest van het diner hoopte ik op nóg een wisselmoment, maar iedereen bleef zitten tot het dessert.
Feestjes werden steeds minder feestelijk. De aanloop gaf wekenlang buikpijn, momenten van kotsen en slechte nachten. Het allermoeilijkst waren niet de tafelschikkingen, maar de drie zoenen bij begroeten en afscheid nemen. Ik bevroor van binnen, voelde mezelf verdwijnen en niemand die het zag…
En nu?
Nu ben ik met de feestdagen het liefst weg. Maar binnen ons gezin stemmen we elkaars behoeften zo goed mogelijk af; iedereen wordt gezien en gehoord. Dit jaar willen drie van de vier héél graag kerst vieren met familie. En ik draag als moeder uit dat mijn kinderen zelf mogen ontdekken met wie zij relaties aangaan; binnen gezonde en veilige grenzen. Dus verschijn ik straks ‘gewoon’ op alle feestjes. Omdat ik wil staan waar ik voor sta én de nabijheid van mijn gezin wil.
Mijn kerstgevoel vang ik in één moment: het optuigen van de kerstboom. Kerstmuziek vult de woonkamer, er is lekkers en warme chocolademelk. Met z’n vieren halen we verhalen op bij alle hangers die we door de jaren verzameld hebben. Toen de kinderen klein waren deden we allemaal een kerstmuts op; inmiddels is dat ‘genant’ en noemen ze ons ‘boomers’ als we dat voorstellen.
Bij ons komt de piek in de boom niet als laatste. Al meer dan twintig jaar hangen mijn man en ik twee tortelduifjes naast elkaar. Een moment van stilstaan. Van voelen dat we moeten knokken, dat het soms allesbehalve ‘vrede op aard’ is, en dat we er toch weer samen staan. Dát moment is mijn ultieme kerstgedachte.
Kerstgedachte
Voor de rest zou ik het liefst verdwijnen. Naar een huisje in het bos bijvoorbeeld. Helemaal alleen. Zielig? Geen moment. Het lijkt me het ultieme geluksgevoel. En eerlijk: na een december vol Sinterklaas en Kerst zouden ook moeders zónder trauma-ervaringen soms niets liever willen dan een paar dagen helemaal niks doen. Dat verlangen naar ‘alleentijd’ is niet vreemd, zelfs als het precies tijdens de feestdagen valt.
En toch sluit ik aan bij mijn gezin; ik zou mijn man en kinderen geen moment willen missen. Dus ga ik de gevoelens aan. Het verscheurd zijn, het niet gezien of erkend worden, het gevoel niet te mogen bestaan. Ja, ik zit nog steeds tussen daders aan tafel en herhaal daarmee patronen omwille van een ‘greater good’. Tegelijkertijd probeer ik zo juist patronen te doorbreken.
Volgend jaar? Dan ga ik het liefst op vakantie. Maar hoe neem je alleen ruimte in als drie anderen iets anders willen? Ik weet het nog niet. Misschien hóéf ik het nog niet te weten. Misschien is dat óók een kerstgedachte: dat ik nog onderweg mag zijn.
Sophia Héron woont met haar man en twee opgroeiende pubers, die ieder op hun eigen manier de sporen van trauma dragen. In haar gezin, en ook in zichzelf, ziet ze hoe trauma uit verleden en heden dwars door het dagelijks leven kan lopen; onverwacht of pijnlijk herkenbaar. Vanuit haar scherpzinnigheid en stille, geduldige kern schrijft ze helder en eerlijk over keuzes zonder eenvoudige antwoorden. Zij probeert hiermee lagen zichtbaar te maken die vaak verborgen blijven voor de buitenwereld.